Gerard Korthals van Wageningen is ervan overtuigd dat de doppen van garnalen veel potentie hebben op het gebied van plantversterking en ziektewering. Korthals maakte dat duidelijk op de open dag van proefboerderij Kollumerwaard in Munnekezijl. ‘Onderzoek van vorig jaar laat positieve en negatieve aspecten zien. Dit jaar herhalen we het onderzoek. We weten echt wel dat garnalendoppen goed kunnen werken.’

Het driejarig onderzoek vindt plaats in het kader van het Waddenfondsproject ‘Blauw Afval, Groene Waarde’. De garnalendoppen zijn het blauwe afval uit de zee. De groene waarde moet blijken uit het vergroten van natuurlijke weerbaarheid van gewassen tegen schimmels, aaltjes en bacteriën door de bodemgezondheid te verbeteren. De doppen zijn een rijke bron van chitine en nutriënten. Onderzoekers kijken bij verschillende formuleringen (versnipperde doppen, gemalen, opgelost en pellets) naar het effect op ziekten in aardappelen. Dit moet duidelijk maken op welke wijze de toediening het beste kan plaatsvinden.

Tot voor kort was chitine in Nederland moeilijk te krijgen, geeft projectleider Peter Baltus van Projecten LTO Noord aan. ‘Het pellen van de garnalen vond vooral plaats in Marokko. Het afval bleef daar. Sinds enige tijd worden garnalen door een verwerker in Lauwersoog machinaal gepeld. Dat levert zo’n 60 ton garnalenresten per week op.’

Het Waddenfondsproject Blauw Afval, Groene Waarde kijkt naar de waarde van het restmateriaal in bloembollen (Noord- Holland Noord) en pootgoed (Friesland en Groningen). Verbeteren van de bodemgezondheid en versterken van de natuurlijke weerbaarheid moet zorgen voor minder ziekten en hogere opbrengsten. Met de chitine in de garnalendoppen is het mogelijk om het bodemleven te stimuleren en te manipuleren. Baltus: ‘Door het bodemleven beter en anders te voeden, kun je er profijt van hebben. Met garnalendoppen bloeien bepaalde schimmels en bacteriën op. Dat zorgt voor een grotere plantweerbaarheid.’

Met de inzet van garnalendoppen zijn al positieve ervaringen met betrekking tot cysteaaltjes, wortelknobbelaaltjes, wortellesieaaltjes en trichodoriden. Baltus heeft een verklaring: ‘In cysteaaltjes zit chitine. Met garnalendoppen stimuleer je het bodemleven dat daar behoefte aan heeft. Als de chitine uit de garnalendoppen op is, beginnen ze met de aaltjes te eten.’ Bij deze proeven ging het om hoge doseringen van 20 ton per hectare. In het project ‘Blauw Afval, Groene Waarde’ gaat het om 500 tot 1.500 kilo per hectare in de bodem of 10 tot 37,5 liter per hectare spuiten. Deze doseringen zijn gekozen omdat het dan financieel nog interessant zou kunnen zijn. In het eerste teeltseizoen lieten deze doseringen geen significante verschillen zien. ‘De doseringen in de bodem lijken te weinig om veranderingen teweeg te brengen’, zegt Baltus. De gewenste dosering kan onder andere afhankelijk zijn van de grondsoort, ziektedruk, ras, formulering en tijdstip van toediening, denkt Baltus. ‘Mogelijk kan het met een lagere dosering in de rij.’ Het onderzoek van vorig jaar heeft wel aanwijzingen gegeven voor de herhaling dit jaar, waarbij onderzoekers vooral kijken naar schurft, aaltjes en rhizoctonia. Het advies is om nog niet te investeren in garnalendoppen. ‘Er is nu nog te weinig bekend.’

Zeewier

Een andere nieuwe ontwikkeling afkomstig uit de zee is het gebruik van plantversterkers- en beschermers gemaakt uit zeewier. Het bedrijf Melspring oogst dit zeewier op verantwoorde wijze in Bretagne en verkoopt de middelen vooral aan de sportwereld om het gras beter te laten groeien. Melspring is in Nederland nog nauwelijks bekend. Met de overname van een Nederlands bedrijf moet daar verandering in komen. Op proefboerderij Kollumerwaard lig voor het eerst een proef in aardappelen. ‘De resultaten in Frankrijk zijn zo leuk dat we het nu in Nederland proberen’, zegt Ton Terlouw van Melsping.

Terlouw daagde de belangstellenden aan de open dag uit om op het proefveld goed te kijken naar kleurverschil, hoogteverschil en dichtheid van het loof. De verschillen waren visueel goed te zien en dat betekent volgens Terlouw een opbrengstverschil van zo’n 10 procent. ‘Bij inzet van minder chemie in de toekomst kan zeewierextract zeker van belang zijn.’ Een bespuiting kost zo’n 200 euro per hectare aan middel.

Bron: Nieuwe Oogst, Han Reindsen

Meer nieuws

Tim Spooren: Werken van zaadje tot verpakt product

Als íemand weet hoe divers de foodsector is, dan is het Tim Spooren. In twintig jaar tijd bewoog...

Gezocht: projecten voor studenten voeding Clusius College

Regioleren neemt een steeds belangrijker plaats in binnen het Clusius College. Studenten voeren dan...
Erna Steenhuis

Greenportret: Erna Steenhuis

Met Erna’s achtergrond in management, marketing en communicatie weet ze niet alleen áchter de...