Jan Schrijver, biologisch-dynamische ondernemer bij de Lepelaar over ruilhandel, de weg naar biologische groenteteelt, koppelbedrijven die de samenwerking opzoeken en zijn visie over duurzaamheid en biodiversiteit

Inspiratie

Op de middelbare tuinbouwschool kwam ik in conflict met mezelf of je wel of niet chemische bestrijdingsmiddelen moest gaan gebruiken in de land en tuinbouw. Voor mij stond vast dat deze bestrijdingsmiddelen op de lange duur zeer schadelijk zouden zijn voor mens en natuur. Ik werd geïnspireerd door Rachel Carson, een Amerikaanse biologe. Haar boek ´Dode lente` heeft mij sterk beïnvloed. Ook de Engelse filosoof Schumacher maakte indruk met zijn boek Small Is Beautiful. Door de Club van Rome kwam het milieuvraagstuk nog in een veel breder perspectief te staan. Grenzen aan de groei zette het probleem in die tijd op de internationale agenda. Ook professor Jan Tinbergen pleitte voor “Een Leefbare Aarde”. Diep ontzag had ik voor de Indiase persoon Gandhi, die de Bergrede uit de bijbel als richtsnoer had. Goed rentmeesterschap is een opdracht, maar in de praktijk niet altijd even gemakkelijk.

Kringloop

De eerste jaren was het kweken van biologische groente een groot experiment. Enige houvast waren de richtlijnen voor de biologisch-dynamische landbouw. Deze zorgden voor een nieuwe natuurbeleving voor ondernemers met een brede visie. Als producent van tuinbouwproducten word je je nog meer bewust van je plaats in de natuur. Werken aan de vruchtbaarheid van de grond moet je echt leren, niet de plant wordt gevoed om te groeien, maar het gaat in de eerste plaats om de grond met zijn bodemactiviteit. Er gaat een wereld voor je open als je grond onder de microscoop bekijkt en er diverse proeven mee doet en kweekjes maakt.  Bodembiodiversiteit speelt een cruciale rol voor een gezonde ontwikkeling van de gewassen. Veel mensen beseffen niet dat zich onder de grond een wereld van micro-organismen bevindt die misschien nog wel veel ingewikkelder en uitgebreider is dan bijvoorbeeld de bovengrondse dierenwereld.

Het ontdekken van het kleinste micro-organisme staat in contrast met de bovengrondse dierenwereld. Maar de koe, het paard, het varken en de kip zijn ook niet los te zien van de biologisch-dynamische landbouw. Een kringloop van voedingsstoffen en mest zorgt voor een optimaal bedrijf.

Samenwerking

De Lepelaar heeft de afgelopen twintig jaar een buitengewoon goede samenwerking opgebouwd met de biologische boerderij De Buitenplaats. Er gaat luzerne, grasklaver, stro, voer aardappelen en peen naar het vee en er komt weer stalmest voor terug. Ook worden er percelen land geruild en over en weer van elkaar gebruikt. Kringlooplandbouw in optima-forma. De bedrijven zijn ook op andere vlakken aan elkaar gekoppeld, er worden bv machines uitgeruild en men helpt elkaar in drukke tijden over en weer. In de jaren negentig voegde zich een nieuwe kracht toe aan De Lepelaar, Joris Kollewijn. Na een opleiding op de middelbare tuinbouwschool Warmonderhof en een stage in Warmenhuizen kwam deze jonge tuinder op de Lepelaar werken. Dit zorgde voor een totaal nieuwe impuls.

Van links naar rechts, Jan Schrijver, Inge Schrijver de Roos, Joris Kollewijn en Reinout Schrijver. Tezamen de VOF Schrijver/Kollewijn

Duurzaam denken.

Hoe meetbaar is biologische landbouw? Het antwoord blijft moeilijk. Een ding is zeker: het laat zich niet in een paar jaar afdwingen. Resultaten behalen op de korte termijn is iets voor de gangbare landbouw. Juist bij biologische landbouw is het belangrijk te kijken naar de lange termijn, naar de toekomst. Hoe integer wil je omgaan met de natuur? Waar biologische landbouw is, neemt de biodiversiteit toe. Er zijn veel meer soorten levende wezens, van weidevogels tot beestjes in de bodem. Dat geeft vitaliteit aan de planten die je teelt. In de biologische landbouw wordt een gewas meer op de proef gesteld dan van gangbaar geteelde gewassen. En als dat lukt is het genieten voor de boer. En zelfs het onkruid kan boeien, want Guichelheil, Veronica en de Blauwe Morgenster vind je meestal niet op een kunstmestbedrijf, dat maakt ons bedrijf zo interessant.

Gezonde mens

Hoe meer samenhang, des te gezonder, geldt dit dan ook voor de mens? Een hele moeilijke vraag en misschien nog wel moeilijker te beantwoorden als het telen van gezonde producten. De producten uit de biologische landbouw kunnen als je het goed wilt doen niet goedkoop zijn, onze concurrentie is buitengewoon slecht ten opzichte van de gangbare landbouw, daar wordt (niet voor niets) nog volop tegen het onkruid gespoten en wordt de ijssla straks op waterbassins geteeld en komt het varkensvlees uit de mega stallen die zogenaamd emissie arm zijn. Gestimuleerd met miljoenen innovatief geld uit Den Haag en Brussel. In de 47 jaar dat ons bedrijf bestaat zijn we niet half zo ondersteund als de gangbare landbouw. Structurele maatregelen om de biologische landbouw ook een eerlijke kans te geven zijn uitgebleven. Ons land zou veel kunnen leren van omringende landen. Hier blijft de biologische landbouw ver achter. Zelf heb ik totaal geen spijt dat ik een biologisch bedrijf ben begonnen, want ik heb er erg veel van geleerd. Door mijn lange periode dat ik nu in de biologische sector werk en de vele waarnemingen welke ik heb kunnen verrichten heb ik grote verschillen ontdekt in levensstijl. Voeding heeft een grote invloed op vitaliteit en dan kan het bijna niet anders als dat dit ook een grote invloed op je gezondheid heeft.

De Lepelaar al bijna 50 jaar Biologisch-Dynamische Land en Tuinbouw.

Ik heb het bedrijf overgenomen van mijn vader. Dat was in 1971. Daaraan voorafgaand was er een zeer ingrijpende ruilverkaveling geweest van het Geestmerambacht, ook wel het Rijk der Duizend Eilanden genoemd. Voor de verkaveling lag ons land op drieëntwintig plaatsen. Na de ingreep konden we beschikken over twee grote percelen. Het varen met een motorvlet was verleden tijd. De eerste grote investering die ik deed was het kopen van een tractor van zevenentwintigduizend gulden. Daarbij schijn ik gezegd te hebben dat ik voorlopig niet ging trouwen want het geld was op. Toen nog niet wetende dat er in 1973 een stagiaire van Warmonderhof (school voor biologisch-dynamische landbouw) zou komen, Inge de Roos. Daar ben ik later mee getrouwd en mede dankzij haar positieve inzet is het bedrijf geworden wat het nu is.

Tulpen horen bij Holland.

De Noordkop van de provincie Noord-Holland is een van de belangrijkste concentratiegebieden geworden voor de bollenteelt. De gemeente Schagen maakt daar onderdeel van uit en beschikt over een zeer groot areaal aan bollenteelt.
Het gebied ligt vooral achter de duinenrij en als de tulpen bloeien is het een grote trekpleister voor het toerisme in deze regio. Daarnaast is de werkgelegenheid en de exportwaarde van de bollenteelt minstens zo belangrijk. Helaas heeft de bollenteelt ook negatieve kanten. Er worden te veel chemisch bestrijdingsmiddelen in de bollen gebruikt. En door de intensieve teelt komen er steeds meer problemen naar buiten, zoals schimmels, aaltjes en zuur in de bollen en andere teeltproblemen. De fantastisch nieuw geselecteerde tulpensoorten zoals de pioen- en roosachtige- en de virus gevoelige parkiettulpen kunnen alleen nog maar gekweekt worden met een uitgebreid scala aan gewasbeschermingsmiddelen. Dit geldt ook in hoge mate voor de lelieteelt in dit gebied.

De gevolgen blijven niet uit. De biodiversiteit gaat in rap tempo achteruit. De bodem vervuilt en in het oppervlaktewater komen steeds meer residuen voor van de bestrijdingsmiddelen die in de bollenteelt gebruikt worden. Ook de omwonenden in het bollengebied beginnen zich steeds meer zorgen te maken. Zij vrezen voor hun gezondheid omdat ze regelmatig blootgesteld worden aan de op drift geraakte bestrijdingsmiddelen. Op dit moment loopt er een meerjarig onderzoek naar deze gevaren voor de bewoners van het bollengebied. De laatste jaren worden er als teeltafwisseling voor de bollen ook steeds meer groenten in dit gebied verbouwd. Wel vraagt de bewuste consument zich nu af of dit wel verantwoord is gezien de concentratie van gif in de bodem die ook door de groente wordt opgenomen. Genoeg reden om naar alternatieven te kijken.

Een van deze alternatieven is biologische bollenteelt te stimuleren. John Huiberts heeft de moed gehad daar enkele jaren geleden mee te beginnen. Hij heeft daar zeer terecht de Gouden Roerdompprijs voor gekregen. Omschakeling naar biologische bollenteelt is echter veel moeilijker dan naar biologische groenteteelt. Op het gebied van de bollenteelt zal het de komende jaren nog pionieren zijn en zullen er nog vele teeltproblemen moeten worden opgelost. En voor de doorgeselecteerde soorten als de pioen- en roosachtige soorten zal niet direct een oplossing voor handen zijn. Ook de handel in biologische bollen zal nog bijna van een nulpunt moeten worden opgebouwd. De consument wil ze best wel kopen, maar daar een meerprijs voor betalen is vaak nog een brug te ver. Dit ligt meer voor de hand voor groente, fruit en andere biologische producten. Veel consumenten kopen deze producten, omdat ze dit belangrijk vinden van hun gezondheid en de meer prijs daar graag voor over hebben.
 Gelukkig zijn er nu gemeentes als Amsterdam, Den Haag en Utrecht die het voortouw willen nemen om biologisch bollen te planten en ook de gemeente Schagen wil de komende jaren daar een belangrijk bedrag aan uit gaan geven.

Zelf hoop ik dat een aantal gemeentes via een convenant de garantie willen geven dat het telen van biologische bollen loont en dat deze teelt zich verder kan ontwikkelen. De pionier John Huiberts verdient deze steun, maar ook de groep telers van NLG Holland die een aanzienlijke reductie van het gebruik van chemische middelen willen bereiken en de bodemvruchtbaarheid willen stimuleren moeten een kans krijgen hun bollen te verkopen met een meerwaarde. De vraag van de gemeenten en consumenten zullen de komende tijd mede bepalend zijn of de omslag naar duurzame bollenteelt gemaakt kan worden.
Ik zou het mij persoonlijk aantrekken als zo’n mooi bedrijf als dat van Huiberts en een veelbelovend initiatief als NLG Holland niet tot verdere ontwikkeling kunnen komen omdat de vraag achterblijft. Het is van groot belang dat de biologisch en duurzame landbouw in Nederland zich in de volledige breedte kan ontwikkelen, van veeteelt, akkerbouw, tuinbouw, glastuinbouw, bloemen en bollenteelt. Deze ontwikkeling kan ervoor zorgen dat er weer een sluitende kringloop ontstaat. Dit is ook in het belang van het circulair denken naar de toekomst.

Toen ik in 1971 met ons biologisch-dynamisch bedrijf begon ben ik vooral geholpen door zeer enthousiaste groep jonge mensen in Amsterdam die graag biologisch producten wilden eten. Jongerencentra als de Kosmos, de Melkweg en Paradiso werden mijn beste klanten en het netwerk breide zich na een aantal jaren uit met ruim 30 winkels. Ook in de plaats Bergen was een groep consumenten die ons bedrijf op veel manieren zeer direct hebben ondersteund. Deze lijn moet door getrokken worden naar de gezonde bollenteelt. Want bollen horen bij ons land en voor het buitenland gaat het om de tulpen van Amsterdam.

Lees hier meer over Natuur Inclusieve landbouw. 

Meer nieuws

Erna Steenhuis

Greenportret: Erna Steenhuis

Met Erna’s achtergrond in management, marketing en communicatie weet ze niet alleen áchter de...

FICA Summer Event 2021

Groen gebak, Aahminozuren!, Bean me Up, Pulp Vision en "Groenten en Cressen: Het medicijn...

Inschrijving BBL opleiding Food Process & Quality geopend

Vorig schooljaar is het Clusius College gestart met de BBL opleiding Food Process & Quality...