Het gonst op De Lepelaar. Als ik eind juni op een morgen de schuur van het biodynamische tuinbouwbedrijf in Sint-Maarten inloop, zwermen overal jongens met kratten groenten door de ruimte. Als in een bijenkast. Links sorteren ze komkommers. Rechts in de hoek blazen ze verweerd blad van de laatste overwinterde rode kool. Iets verderop spoelt teler Joris aarde van bossen feloranje wortelen.

‘Joris, ga je nog bosbieten oogsten? Breng je dan ook meiraapjes mee?’, roept medevennoot Inge Schrijver- de Roos hem toe. In de winkel die zij runt bij het bedrijf lopen klanten met mandjes langs een kleurig zomerpalet van tientallen soorten groenten en fruit. Overvloed! 

‘Wij telen gedurende het jaar zo’n vijfendertig soorten groenten’, vertelt Joris Kollewijn even later. ‘Gewone, zoals kool, aardappelen en wortelen, maar ook kleine teelten, zoals kapucijners, alleen voor onze winkel en bijzondere, zoals snijbiet (warmoes), stengelui en winterpostelein. Die gaan naar de natuurvoedingswinkels en in de landelijke biologische groenteabonnementen van Odin en Vitatas.’ 

De diversiteit aan groenten op De Lepelaar is uniek. Terwijl andere boeren juist kiezen voor specialisatie en schaalvergroting. Levert deze kleinschalige, arbeidsintensieve manier van werken wel voldoende op? ‘Jazeker. Op allerlei gebieden. Door de veelzijdigheid houd ik zowel mijn bedrijf als de bodem waarmee ik werk gezond’, stelt Joris. ‘Economisch is de spreiding van risico’s belangrijk. Als bijvoorbeeld de teelt van aardappelen mislukt, is de opbrengst van de bladgroenten of van de kolen misschien juist weer uitstekend. Ik heb daarnaast minder arbeidspieken. Als het regent werken we in de kas, bij mooi weer buiten op het land en in de winter is de schuur ons domein. We werken het hele jaar met dezelfde groep jongens. Dat levert veel werkplezier op.’ 

Joris noemt ook de bodem als het om diversiteit gaat. Welke rol speelt die daarbij? ‘Daar zit de essentie van onze manier van werken’, legt Joris uit. ‘Wij voeden de bodem jaar in jaar uit met goede compost en laten steeds verschillende planten op onze akkers groeien. De verscheidenheid aan teelten zorgt ervoor dat de bodem niet overbelast raakt. Op die manier houden wij de bodem vruchtbaar en onze planten sterk. Ik kan eventuele problemen niet verbloemen en de groei niet even snel sturen met kunstmest of kunstmatige bestrijdingsmiddelen. Onze groenten bouwen voldoende weerbaarheid op tegen ziekten en insectenplagen. Op eigen kracht. Zonder kunstgrepen van buitenaf.’  

‘Of deze natuurlijke benadering onze groenten gezonder maakt? Dat denk ik wel. Wij jagen de planten niet op. Daardoor krijgen ze meer smaak en zijn ze minder waterig. Ik zag laatst een staatje met cijfers over de teruggang van inhoudstoffen in onder meer aardappelen, wortels en appels uit de reguliere landbouw. Van 1985 tot 2002 zagen de onderzoekers een daling van twaalf tot negentig procent aan calcium, magnesium, foliumzuur, vitamine C en vitamine B6. Met onze brede benadering – waarbij we planten op alle facetten ondersteunen – produceren we minder kilo’s, maar wel met meer voedingswaarde. Het werkt heel duidelijk met de bodem: wat je erin stopt, komt er ook uit.’

‘De biodynamische manier van werken begint bij het geheel’, vervolgt Joris. ‘Het eenzijdig focussen op onderdelen werkt niet. Dat zie ik steeds duidelijker in de economie, de gezondheidzorg en de landbouw. Een prachtig voorbeeld las ik laatst in een artikeltje over hoe hommels en bijen aardappelplanten helpen beschermen tegen de ziekte Phytophthora. Wat blijkt? Vruchtbare aardappelrassen sluiten zich af voor infecties, nadat ze bevrucht zijn. Fascinerend. Alleen zijn de meeste moderne rassen onvruchtbaar gemaakt, omdat men zich alleen maar op de knollen heeft gericht. Het alles uit elkaar trekken maakt veel kapot. Een bevruchte plant is weerbaarder. Die geeft zijn vitale gezondheid als voeding door aan de mens.’   

Hoe mooi wil je jouw achtertuin?

Joris staart een moment naar buiten: ‘Kijk, zie je de akkers met rode kool, wortelen en snijbiet? En daarachter het graan en de weilanden met koeien. Daar geniet ik van! Zo divers en vol leven wil ik agrarisch Nederland laten voortbestaan. Dat is toch veel mooier dan een monocultuur van maïsakkers, gifrijke bollenteelt, lege weilanden en industrieterreinen? We zullen goed moeten nadenken over de inrichting van ons landbouwlandschap. Het zal steeds gaan om een combinatie van recreatie, landbouw en bedrijvigheid. In dit kleine land is het buitengebied altijd iemands achtertuin. Daarom moeten we consumenten meer betrekken bij de boerenbedrijven die hun voedsel produceren. Op internet protesteren mensen tegen de intensieve veehouderij, maar in de supermarkt kopen ze nog steeds de producten die het produceert. De binding tussen boer en consument is verdwenen’, aldus Joris.

‘Wij werken op allerlei manieren aan die binding’, vervolgt Joris zijn uitleg. ‘We willen laten zien hoe biodynamische landbouw zorgt voor een boost in biodiversiteit. Naast gezonde groenten en een vruchtbare bodem zorgen wij ook voor een aantrekkelijk landschap; met hazen, weidevogels en insectenrijke bloemenranden. In de boerderijwinkel laten we zien wat we telen en we geven jonge mensen uit de omgeving werk. Wij kennen geen verliezers, alleen winnaars. Op allerlei manieren gaan we graag in gesprek over wat we doen. Dat werpt steeds meer zijn vruchten af.’  

Joris straalt vertrouwen uit. Hij is vorig jaar vader geworden en investeerde samen met medevennoten Jan en Inge Schrijver veel geld in een grote nieuwe schuur om de stroom aan groenten nog beter te kunnen verwerken. ‘Ik ervaar dat we op een goede manier bezig zijn met alle huidige problemen op het gebied van milieu, arbeid en economie. Wij zorgen voor de basis van mensen: gezondheid, voeding en leefmilieu. Op een pure, eerlijke manier. Ik zie steeds meer consumenten bewust raken van de waarde van die basis. Ze blijven ondanks de crisis trouw aan de essentie van goede voeding. Daarom wens ik BioValley een mooie toekomst.’ 

Meer over biodynamische landbouw op De Lepelaar in het boek ‘Op weg naar een fijnzinnige landbouw’ van Jan Schrijver en John van der Rest (ISBN 978-90-202-0904-4). 

Door: John van der Rest, bureau Tuinen & Teksten

Meer nieuws

Erna Steenhuis

Greenportret: Erna Steenhuis

Met Erna’s achtergrond in management, marketing en communicatie weet ze niet alleen áchter de...

FICA Summer Event 2021

Groen gebak, Aahminozuren!, Bean me Up, Pulp Vision en "Groenten en Cressen: Het medicijn...

Inschrijving BBL opleiding Food Process & Quality geopend

Vorig schooljaar is het Clusius College gestart met de BBL opleiding Food Process & Quality...