Zelfs zijn eigen vrienden verklaarden John Huiberts uit Sint Maartensbrug voor gek, toen hij vier jaar geleden besloot over te stappen op de biologische en 'natuurinclusieve' teelt van bloembollen. Het ging ook niet zomaar, er was een aanleiding. Namelijk: de stengelaal. Zieke, onverhandelbare bollen krijg je ervan. Veel bollenboeren hebben er last van. Huiberts kreeg het aaltje maar niet uitgeroeid, hoe hij ook spoot, hoe schoon zijn schuur ook was, hoe vaak en hoe lang hij zijn land ook onder water zette. Uiteindelijk dacht hij: 'Er moet iets anders aan de hand zijn.'

Huiberts ging zich verdiepen in de bodembiologie. Hij ontdekte dat er nauwelijks nog leven zat in de bodem. 'Als je alle schimmels in je grond doodmaakt, krijg je ook nooit een schimmel die je aaltjes kan bestrijden. Die aaltjes hadden geen natuurlijke vijanden meer.' Sindsdien doet hij het tegenovergestelde van wat hij vroeger deed: hij streeft nu zo veel mogelijk bodemleven en diversiteit na. In alles, ook in de tussengewassen. Hij ziet de vooruitgang. 'Ik denk dat ik volgend jaar helemaal van de stengelaal in de bollen af ben. Misschien is het geluk, maar ik denk het niet.' Natuurlijk, biologische bollen groeien minder snel. 'Als je maar veel stikstof strooit, vliegen die bollen de grond uit. Maar dat is misschien wel juist het probleem. Vorig jaar is 25 procent van de gangbare tulpenbollen vernietigd.'

Zijn vrienden, vaak ook bollentelers, verklaren hem inmiddels niet meer voor gek. Maar collega's zijn huiverig. 'Ze vinden het te moeilijk, of zijn bang voor het risico.' Begrijpelijk, vindt hij. De markt voor biologische bollen is nog niet goed georganiseerd. En sommige partijen kunnen geen geld verdienen aan biologische teelt. Hij wil maar zeggen: 'Er is ook weerstand.'
Gelukkig is er wel vraag naar biologische bollen en de opbrengst per bol is hoger. Huiberts: 'Ik heb mijn hoop gevestigd op de consumenten.'
Hij bukt nog maar eens, schuift de bovenlaag van de grond weg en pakt een tulpenbolletje uit het zand. Her en der kruipen kevertjes en torretjes weg. 'Voel je hoe zacht dit zand is? Zo hoort het.'

   'Hoor je het?', vraagt John Huiberts als we samen door zijn bollenvelden struinen aan de Ruigeweg in Sint Maartensbrug. Jazeker: een jubelende veldleeuwerik. Eindelijk. En nog één, biddend in de lucht. Gele kwikstaarten ook. Graspiepers. Spreeuwen. Rondcirkelende gierzwaluwen, een huppelende haas. Een drukte van belang. Hier wel, opeens.

Geen toeval. In en tussen de percelen van John Huiberts fladderen ook honderden vlinders, er zoemen tienduizenden bijen, zweefvliegen en andere insecten. Er staan wilde planten, korenbloemen, margrieten, klaprozen in volle bloei, hele stroken tussen de percelen, de slootkanten staan vol kruiden. In de bodem krioelt het van de torretjes, kevertjes en wormpjes. 'De vogels zijn mijn meetinstrument', zegt Huiberts. 'Aan de vogels kan ik zien dat het met het bodemleven wel goed zit.' Zeven jaar geleden zat dat nog helemaal niet goed. 'Schimmels, bacteriën, insecten, ze waren allemaal weg.' Geen bodemleven meer, na decennia monocultuur. 'Als er twee meeuwen achter de trekker zaten, was het veel.'

Huiberts gooide het roer om. Niet zonder aanleiding, maar daarover morgen meer. Hij stopte met ploegen, met kunstmest, met bestrijdingsmiddelen, met fungiciden. Hij maakte niet alleen de overstap naar biologisch, hij ging verder. Natuurlijke plaagbestrijding door het aantrekken van insecten met kruidenrijke akkerranden, meer wisselteelt, gemengde groenbemesters en een grotere diversiteit aan bollensoorten. Wat Huiberts doet heeft een naam: natuurinclusief boeren. Maar dat wist Huiberts toen nog niet.
En nu lopen we in een oase van bloemen, insecten en vogels. Het is hard gegaan. Van zowat niets in 2010 zijn er nu achttien territoria van de veldleeuwerik en achttien van de gele kwikstaart. En kieviten en scholeksters. Dit jaar werden op vier plekken patrijzen waargenomen. Er zijn fazanten, kneuen, putters, holenduiven, witte kwikstaarten. In de winter, vanwege de zaadrijke winterveldjes: geelgorzen, kepen en nog veel meer. Natuurlijk, het gaat om de bloembollen, maar, zegt Huiberts, die vogels betekenen goed nieuws, die laten zien dat 'het spel van de natuur' wordt gespeeld. 's Ochtends rond 6 uur, dan is het op zijn drukst. 'Dan loop ik vanuit de schuur het veld op en zeg ik: 'Goeiemorgen jongens'.'
 

Door: Caspar Janssen 10 juli 2017 Volkskrant 

Caspar loopt Aflevering 32: John Huiberts kweekt bollen, ja, maar op zijn velden gebeurt veel meer.
http://s.vk.nl/s-a4505437/

 

Meer nieuws

Erna Steenhuis

Greenportret: Erna Steenhuis

Met Erna’s achtergrond in management, marketing en communicatie weet ze niet alleen áchter de...

FICA Summer Event 2021

Groen gebak, Aahminozuren!, Bean me Up, Pulp Vision en "Groenten en Cressen: Het medicijn...

Inschrijving BBL opleiding Food Process & Quality geopend

Vorig schooljaar is het Clusius College gestart met de BBL opleiding Food Process & Quality...